Goed vals zingen is een kunst…!

zangstudiojpvDe film Florence over de Amerikaanse sopraan Florence Foster Jenkins (1868-1944) is een hit. De rolprent wordt vooral gedragen door het uitstekende spel van Meryl Streep als Florence en van Hugh Grant als haar echtgenoot en manager St. Clair Bayfield. Ook Simon Helberg als haar begeleider Cosmé McMoon draagt bij aan de knappe, tragische cult in de film.

In de PR wordt Foster Jenkins weggezet als de slechtste zangeres aller tijden. Maar amateurzangeressen komen doorgaans niet op het grote podium. Duidelijk is in elk geval dat Meryl Streep de rijke erfgename van vader Charles Dorrance Foster met haar grote acteer- én zangtalent perfect neer heeft gezet. Wat moet ze ongelooflijk hard hebben gestudeerd om zó goed vals te zingen.

In Florence zien we het leven van de vroegere zangeres Florence Foster slechts in vogelvlucht voorbij komen. Het lijkt dan net of ze in 1944 in een maand tijd een hele reeks aria’s instudeert. En dat ze door haar toenmalige echtgenote Clair Bayfield en haar zangleraar naar de mond is gepraat terwijl ze heel goed weten dat haar zangtalent beperkt was. In biografieën blijkt echter dat ze heel jong al piano- en zanglessen volgde maar dat haar vader geen buitenlandse studie muziek wilde bekostigen.

Niettemin, ze is kennelijk een schoolvoorbeeld van een zangeres die weinig zelfkritiek had en – mogelijk door haar fortuin – door veel mensen naar de mond is gepraat. Zou het wel eens zijn gebeurd, dat gefortuneerde zangers of zangeressen in Nederland het Amsterdamse Concertgebouw afhuurden om daar het optreden van hun leven te geven?

We mogen hopen dat onze Nederlandse zangdocenten voldoende ethisch gevoel hebben om hun leerlingen een soortgelijke afgang te besparen. Er zijn immers zat kleinere zaaltjes waar je als amateur zonder al te veel kleerscheuren je tanden kunt stukbijten op aria’s als ‘Mein Herr Marquis’ (Strauss) of een ‘Koningin van de Nacht’ (Mozart) zoals Meryl Streep zong in de film.

Eerlijk gezegd denk ik niet dat er in Nederland veel zangdocenten rondlopen, die hun leerlingen over het paard tillen. Oftewel ze de indruk geven dat ze veel talent hebben, geweldig zingen en dat er een mooie podiumcarrière op ze wacht. In elk geval is er een mooie ‘Code of ethics’ van de Europese bond van zangdocenten, de zogenoemde European Voice Teachers Association, die zangdocenten voorhoudt studenten nooit valse hoop te geven.

De code is heel duidelijk. Er staat in dat het de plicht is van de docent om het zangtalent van leerlingen ‘realistisch en gewetensvol’ te evalueren om zo ‘voldoende stimulans’ te geven voor het eruit halen wat erin zit. ‘Onrealistische professionele mogelijkheden suggereren’ is absoluut not done.

Maar gebeurt het dan nooit? Natuurlijk wel, maar komen dergelijke gevallen snel aan het licht…? Want op een zeker moment dreigt een ontknoping á la ‘De keizer heeft geen kleren aan!’ naar het sprookje ‘De nieuwe kleren van de keizer’ van Hans Christian Andersen (1837). Dat zullen de meeste docenten willen voorkomen. Dan staan ze zelf voor aap.

Bij Florence speelde nog iets anders. Ze had op jonge leeftijd, zo suggereert de film, via haar eerste man Frank Thornton Jenkins een geslachtsziekte opgelopen. Die heeft haar mogelijk ook mentaal iets gedaan. Misschien is haar grootheidswaanzin daarop terug te voeren? Wie zal het zeggen… Ze genoot immers van zingen en optreden.

Misschien lag het niet aan de slechte zangdocenten in haar geboortestreek Pennsylvania of later in New York maar aan haar wens om met veel geld haar ideaal te verwezenlijken, zingen in Carnegie Hall. In de film wordt iets anders gesuggereerd, maar volgens biografen was ze van de slechte kritieken op de hoogte en negeerde ze die. Ze moet hebben gezegd: ,,Mensen mogen zeggen dat ik niet kan zingen, maar niemand kan zeggen dat ik niet heb gezongen.’’ Dan lag het wellicht toch niet aan haar zangdocenten…

Een cadeautje uit de hemel of…

Waterbus over het Lago Trasimeno

Soms word je als zanger/dirigent zomaar een cadeautje in de schoot geworpen. Dan voel je je opeens even een deel van een groter geheel. Het overkwam mij tijdens een vaartocht over het Lago Trasimeno in het Italiaanse Umbria. 

Mijn vrouw en ik genieten na een bezoek aan Passignano van het open water en de frisse wind op het open meer. Het uitzicht op het heuvelachtige landschap is echt genieten. Het is niet zo warm als de afgelopen dagen en we genieten met volle teugen.

Opeens horen we vanaf het achterdek een bekende Taizé-melodie: Laudate omnes gentes (vert: Verblijd u alle volken). Het wordt eenstemmig gezongen door een groep van zo’n twintig kinderen, tieners en volwassenen. Ik neurie zachtjes de baslijn mee; voor mij vertrouwd als coördinator van de Zandvoortse Taizé-groep en dirigent van zangkoor Ubi Caritas.

De voortdurende herhaling valt op bij de andere passagiers. Men luistert geïnteresseerd. Ik zie vanuit mijn ooghoek zangers in de ruimte zoeken en luisteren waar die baslijn vandaan komt. Ik ‘verstop’ me niet langer en zing nu gewoon de tekst mee. Als het koor luider gaat zingen, gaan ook bij mij de remmen los.

Enkele zangeressen durven dan ook de melodie los te laten en vullen de harmonie aan met een alt en ik verbeeld me ook een of meer zachte tenoren te horen. Het klinkt prachtig, zo op deze Italiaanse varende bus. Een cadeautje en nog mooi en stemmig gezongen ook. Alsof opeens duidelijk wordt dat we allemaal een deel van een groter geheel mogen zijn, als we maar durven. Een cadeautje van de Eeuwige, ons ‘collectieve zelf’, God, of hoe je deze mooie energie ook wilt noemen.

Jan Peter Versteege is geestelijk begeleider/verzorger en musicus. Hij dirigeert onder meer zangkoor Ubi Caritas, een klein ensemble van goede amateurs die op afroep zingen tijdens (oecumenische) diensten of uitvaarten. Info zangstudio-versteege@zonnet.nl of info@deopreghte.nl.